Governance

Regionale sturingsnetwerken in het onderwijs

Door Sietske Waslander | 6 april 2021 | 3 min lezen
regionale sturingsnetwerken in het onderwijs

In de zoektocht naar oplossingen voor lastige problemen zijn de ogen steeds vaker gericht op ‘de regio’. Of het nu gaat om het tekort aan leraren, de veranderende vraag op de arbeidsmarkt of het bestrijden van ongelijke kansen. De gedachte is dat de rijksoverheid deze problemen niet goed kan oplossen. De aanpak is dan vaak voor iedereen hetzelfde, terwijl een probleem er in de Randstad heel anders uitziet dan in de Veenkoloniën. Onderwijsbesturen kunnen deze problemen vaak ook niet oplossen. Die zijn daarvoor te klein, hebben het geld niet, of gaan er niet over. Daarom zijn er hoge verwachtingen van ‘regionale sturingsnetwerken’. Dat zijn netwerken van organisaties die met elkaar samenwerken om oplossingen te zoeken die verder reiken dan hun eigen invloed. Onderwijsinstellingen participeren volop in die netwerken.

Regionale sturingsnetwerken roepen ook veel vragen op. Te beginnen bij de vraag: wat is ‘de regio’ eigenlijk? Zit de crux in het schaalniveau, ergens tussen landelijk en lokaal? Of gaat het vooral om nabijheid in een specifiek, geografisch gebied? Hoe functioneren regionale sturingsnetwerken in de praktijk eigenlijk? En de hamvraag: kunnen die netwerken die lastige problemen dan wel oplossen?

Met het onderzoek ‘Sturen met ruimte’ zoeken we een antwoord op die vragen. Het onderzoek bestaat uit drie projecten die we achter elkaar uitvoeren. Het onderzoek start in april 2021 en duurt vier jaar.

Project 1: Regionale sturingsnetwerken: waarom en waartoe?

Hoe komt het dat steeds meer ogen zich richten op ‘de regio’? Zeker niet alleen in Nederland. We beginnen met een internationale literatuurstudie om de populariteit van ‘de regio’ kritisch tegen het licht te houden. Welke ontwikkelingen liggen daaraan ten grondslag? Voor welke problemen worden regionale sturingsnetwerken aangedragen als oplossing? Daarnaast analyseren we het onderwijsbeleid in Nederland. Wat zijn de verwachtingen hier te lande omtrent regionale sturingsnetwerken?

Project 2: Hoe functioneren en presteren regionale sturingsnetwerken?

We zoomen in op twintig regionale sturingsnetwerken: tien in het voortgezet onderwijs en tien in het middelbaar beroepsonderwijs. De helft van de netwerken heeft tot doel om het onderwijs aan leerlingen met extra ondersteuning te organiseren; de andere helft van de netwerken richt zich op innovatie. In interactieve bijeenkomsten bespreken we onze bevindingen met organisaties die aan het onderzoek meedoen.

Project 3: Regionale sturing in het onderwijs

Niets zo praktisch als een goede theorie. Daarom ontwikkelen we een theorie over wat ervoor nodig is om regionale sturingsnetwerken goed te laten werken. Dat kan zowel beleidsmakers als bestuurders helpen. Bijvoorbeeld bij de vraag wanneer een regionale oplossing wel of niet realistisch is, of bij keuzes om wel of niet in een netwerk te participeren.

Eerste resultaten onderzoeksproject ‘Sturen met Ruimte’

Het eerste rapport van het onderzoek ‘Sturen met Ruimte’ is een tweeluik. Het is gebaseerd op een internationale literatuurstudie en een analyse van het beleidsdiscours in het Nederlandse onderwijsbeleid. Het draait om vragen als: Wat wordt verstaan onder ‘de regio’? Hoe is ‘de regio’ conceptueel af te bakenen? Wat betekent ‘de regio’ als bestuurlijk schaalniveau en hoe kan de overheid ermee sturen? 
 
Het eerste luik is een systematische internationale literatuurstudie over controverses in de literatuur rondom het begrip regio, de constructie van de regio, en de effectiviteit ervan. Er blijkt een horizontale en een verticale dimensie van regiovorming te zijn. De horizontale dimensie verwijst naar de regio’s als ‘deels geografisch gebied deels sociale constructie’ waar verschillende actoren zich mee kunnen identificeren en verbonden voelen, en dat zich onderscheidt van andere geografische gebieden en/of sociale constructies. Bij de verticale dimensie gaat het om de regio als bestuurlijk schaalniveau. De regio is dan een middel of instrument voor de overheid – én andere actoren – om te sturen en invloed uit te oefenen.
 
Het tweede deel analyseert het beleidsdiscours van de overheid over ‘de regio in het Nederlandse onderwijs’. Vanuit het perspectief van de rijksoverheid is ‘de regio’ onmiskenbaar een vorm van sturen. Dat sluit naadloos aan bij de verticale dimensie van regiovorming uit de literatuurstudie.
De analyse laat verder zien dat beleid rond regionale netwerken vooral een oproep is aan organisaties om met elkaar samen te werken. De rijksoverheid zet daarvoor een grote variatie aan directe en indirecte vormen van sturing in. Daarbij doen zich twee dilemma’s voor. Moeten regionale netwerken elkaar wel of juist niet overlappen? En moeten regionale netwerken wel of juist fungeren als extra bestuurlijke laag? 
 
Deze resultaten vinden hun weg naar het vervolg van ‘Sturen met ruimte’. Vanaf najaar 2022 gaan we empirisch onderzoeken hoe regionale sturingsnetwerken in het Nederlandse onderwijs zijn samengesteld en functioneren. 
 
Meer weten?
Het tweeluik ‘De regio als bestuurlijk schaalniveau’
LinkedIn-pagina ‘Sturen met Ruimte

Projectteam

Prof.dr. Sietske Waslander, hoogleraar Sociologie

Prof.dr. Edith Hooge, hoogleraar Onderwijsbestuur  

Dr. Henno Theisens, lector Public Governance

Hasse van der Veen (MSc), onderzoeker Public Governance

Prof.dr.ing. Tim de Leeuw, hoogleraar Samenwerking, Innovatie en Ondernemerschap

Vragen? Neem contact op met Sietske Waslander: s.waslander@tias.edu
Dit onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door NRO

Relevante artikelen
  • Een financieel-bestuurlijke aanpak voor een normatieve vraag maakt het 'passend onderwijs' vraagstuk nog ontembaarder
  • Door invoering van 'passend onderwijs' is ondersteuning beter georganiseerd, maar zijn verwachtingen niet waargemaakt
Kennisgebieden