TIAS Business School logo
|

Innovatie strandt niet in de markt, maar in de boardroom

Tags:

Bestuur & Toezicht
Strategie Innovatie & Leiderschap

Auteur: Prof. dr. Carla Koen

Gepubliceerd:
2 juni 2026
Delen:

Waarom stranden zoveel veelbelovende innovaties in de boardroom, ondanks succesvolle pilots en duidelijke strategische noodzaak? Dit artikel laat zien dat de oorzaak zelden ligt in technologie of markt, maar in de manier waarop organisaties besluiten nemen. Het introduceert het concept ‘besluitarchitectuur’ en laat zien hoe deze vaak onbedoeld innovatie afremt. Aan de hand van herkenbare patronen en het voorbeeld van Ørsted wordt uitgewerkt hoe andere keuzes in besluitvorming wél tot transformatie leiden.

In de boardroom is het een herkenbaar moment

Een veelbelovend innovatietraject staat op de agenda. De pilot is succesvol, de technologie werkt en de strategische noodzaak is helder. Toch wordt de investering opnieuw uitgesteld. Eerst nog meer data. Eerst een kleinere vervolgstap. Eerst meer zekerheid.

Zes maanden later ligt hetzelfde voorstel opnieuw op tafel—iets aangepast, iets kleiner, maar nog steeds zonder doorbraak.

Dit patroon is geen uitzondering. In veel organisaties die serieus investeren in transitie-innovatie blijven initiatieven hangen in de pilotfase, schalen ze niet op of verdwijnen ze stilletjes van de agenda.

De gebruikelijke verklaringen—technologie die nog niet rijp is, markten die nog niet klaar zijn of onvoldoende investeringen—raken slechts een deel van het probleem. De werkelijke oorzaak ligt vaak dichter bij huis: in de manier waarop organisaties besluiten nemen.

De verkeerde diagnose

Wanneer transitie-innovatie niet opschaalt, reageren organisaties meestal op twee manieren.

Soms wordt opgeschaald in activiteit: meer pilots, meer budget, meer initiatieven. Maar zonder scherpe keuzes leidt dit vooral tot versnippering. Innovatie wordt breder, maar niet dieper.

In andere gevallen gebeurt het tegenovergestelde. Zodra onzekerheid toeneemt, verschuift de aandacht terug naar de bestaande business—waar rendement voorspelbaar is. Initiatieven worden vertraagd of stopgezet.

Op het eerste gezicht zijn dit tegengestelde reacties. In de praktijk leiden ze tot hetzelfde resultaat: geen fundamentele verandering.

De onderliggende oorzaak blijft namelijk onaangeroerd. Nieuwe initiatieven worden beoordeeld met dezelfde logica als bestaande activiteiten. Investeringen moeten voldoen aan dezelfde rendementseisen. En impliciet blijven de bestaande kernactiviteiten beschermd.

Organisaties investeren in de toekomst, maar organiseren die investering zó dat de impact op het heden beperkt blijft.

Zo ontstaat een paradox: organisaties investeren in de toekomst, maar organiseren die investering zó dat de impact op het heden beperkt blijft.

Veel literatuur over innovatie richt zich op wat organisaties moeten doen: experimenteren, nieuwe businessmodellen ontwikkelen, investeren in technologie. Dit artikel laat zien waarom dat vaak onvoldoende is. Zolang de onderliggende besluitarchitectuur niet verandert, blijven zelfs goed ontworpen innovaties stranden.

De echte oorzaak: de besluitarchitectuur

De kern van het probleem ligt in de besluitarchitectuur van de organisatie: het geheel van processen, criteria en routines waarmee investeringsbeslissingen worden genomen, risico’s worden gewogen en middelen worden verdeeld.

Deze architectuur is doorgaans ontworpen voor stabiliteit, efficiëntie en voorspelbaarheid. Dat maakt haar uiterst effectief voor het optimaliseren van bestaande activiteiten. Maar zij botst met de logica van transitie-innovatie, die juist onzeker, kapitaalintensief en richtinggevend is.

Drie mechanismen spelen daarbij een centrale rol.

1. Innovatie wordt beoordeeld met de verkeerde logica

In een industriële onderneming werd een circulair businessmodel ontwikkeld. De pilot was succesvol en klanten reageerden positief. Toch werd verdere investering meerdere keren uitgesteld.

Eerst moest er meer data komen. Daarna werd de scope verkleind. Vervolgens werd het project opnieuw geëvalueerd. Zes maanden later lag hetzelfde voorstel opnieuw op tafel—nog steeds zonder besluit.

De reden was niet dat het idee werd afgewezen. Het probleem was dat het werd beoordeeld met maatstaven die zijn ontwikkeld voor volwassen business: korte terugverdientijden, voorspelbare cashflows en beperkte onzekerheid.

Voor transitie-innovatie zijn dit juist de factoren die in de beginfase ontbreken. Wat bedoeld is als prudent risicomanagement verandert zo in een structurele vertraging van besluitvorming.

Wat begint als een verstandige, gefaseerde aanpak eindigt in uitstel zonder einde

Het resultaat is een start-stopdynamiek: initiatieven worden gestart, aangepast, vertraagd en opnieuw beoordeeld—maar zelden opgeschaald. Wat begint als een verstandige, gefaseerde aanpak, eindigt in uitstel zonder einde.

Juist de innovaties die strategisch het meest bepalend zijn, worden daardoor het moeilijkst om door te zetten.

2. Innovatie wordt óf geïsoleerd, óf geneutraliseerd

Veel organisaties kiezen ervoor om innovatie onder te brengen in aparte units. Dat beschermt experimenten tegen de druk van de bestaande business.

Maar die bescherming heeft een prijs.

In een chemisch bedrijf ontwikkelde een innovatieteam alternatieven voor schadelijke grondstoffen. Technisch waren de pilots succesvol en klanten toonden interesse. Toch bleef de impact beperkt. Beslissingen over productie, inkoop en investeringen bleven gebaseerd op bestaande processen en marges. De innovatie bleef daardoor steken in projecten, zonder door te dringen tot de kern.

Het omgekeerde komt net zo vaak voor. Innovaties worden vroeg geïntegreerd in de bestaande organisatie. In dat geval worden ze aangepast aan bestaande processen en verdienmodellen— vaak voordat ze daar klaar voor zijn.

In beide gevallen blijft de uitkomst hetzelfde.

Wanneer innovatie wordt geïsoleerd, ontbreekt de verbinding met de kern. Wanneer zij wordt geïntegreerd, wordt zij aangepast aan die kern. In geen van beide gevallen verandert de organisatie zelf.

Dit is geen toevallig patroon, maar het gevolg van een fundamenteel spanningsveld. Innovaties die aansluiten bij de bestaande business kunnen relatief eenvoudig worden ingepast. Innovaties die het bestaande systeem moeten veranderen, botsen met hoe de organisatie is ingericht.

Juist deze laatste categorie—cruciaal voor toekomstige levensvatbaarheid—wordt daardoor gemarginaliseerd of geneutraliseerd.

Het meest onderschatte mechanisme is het ontbreken van expliciete afbouw.

3. Wat niet expliciet stopt, blijft bestaan

Het meest onderschatte mechanisme is het ontbreken van expliciete afbouw. Nieuwe activiteiten worden toegevoegd, maar bestaande activiteiten verdwijnen zelden. Daardoor ontstaat geen verschuiving, maar stapeling.

In een energiebedrijf werd fors geïnvesteerd in duurzame alternatieven. Tegelijkertijd bleven bestaande activiteiten grotendeels intact. Managementaandacht, kapitaal en operationele focus bleven verdeeld. Het gevolg: de nieuwe activiteiten groeiden, maar niet snel genoeg om het zwaartepunt van de organisatie te verleggen. Zonder expliciete keuzes over wat wordt afgebouwd, blijft transitie steken in parallelle werelden.


Wanneer besluitarchitectuur wél werkt — het voorbeeld van Ørsted

Een van de weinige organisaties die erin slaagde om een fundamentele transitie door te voeren, is Ørsted (voorheen DONG Energy).

Waar veel energiebedrijven de spanning tussen bestaande activiteiten en nieuwe opties probeerden te managen, koos Ørsted voor een andere benadering. Het bedrijf behandelde de incompatibiliteit tussen fossiele activa en een toekomstige energievoorziening niet als een tijdelijk probleem, maar als een structurele realiteit.

Dit vertaalde zich in een reeks expliciete ontwerpkeuzes in de besluitarchitectuur. Allereerst werd afbouw geen impliciet gevolg van marktontwikkeling, maar een actief bestuurlijk besluit. Kolen- en gasactiviteiten werden systematisch afgestoten, ontmanteld of organisatorisch afgezonderd.

Tegelijkertijd werd offshore wind niet langer behandeld als een experimentele activiteit, maar expliciet gepositioneerd als de nieuwe kern van de organisatie. Dat had directe consequenties voor kapitaalallocatie, prestatiecriteria en strategische prioritering. Belangrijker nog: leren uit experimenten werd niet eindeloos geaccumuleerd, maar vertaald in onomkeerbare keuzes. Waar veel organisaties optionaliteit proberen te behouden, beperkte Ørsted bewust het aantal mogelijke toekomsten dat zij nog wilde bedienen.

Het resultaat was geen geleidelijke verschuiving, maar een herconfiguratie van de kern van de organisatie.

Dit voorbeeld laat zien dat transitie niet primair faalt door gebrek aan innovatie, maar door het uitblijven van besluiten die bestaande activiteiten vervangen. Ørsted laat zien wat er gebeurt wanneer besluitarchitectuur niet gericht is op het beschermen van het bestaande, maar op het organiseren van exit en recompositie.

innovatie in de boardroom

Van diagnose naar ontwerp

Als de oorzaak ligt in besluitarchitectuur, ligt daar ook de oplossing. Organisaties die wél slagen in transitie-innovatie doen niet per se méér—ze beslissen anders.

Vier principes zijn daarbij cruciaal.

1. Afschermen: bescherm tegen de logica van het bestaande

Nieuwe activiteiten vragen om andere beoordelingscriteria. Dat betekent:

• aparte budgetten

• andere KPI’s (bijvoorbeeld leerdoelen in plaats van rendement)

• besluitvorming die onzekerheid accepteert

Dit gaat gepaard met een expliciete keuze: middelen worden tijdelijk minder efficiënt ingezet om strategische opties te ontwikkelen. De kernvraag verschuift van: “Voldoet dit aan onze huidige eisen?” naar: “Wat moet waar zijn om dit initiatief op termijn waardevol te maken?”

2. Gericht verkennen: experimenteer met een doel

Veel organisaties experimenteren veel, maar leren weinig. Effectieve verkenning begint met scherpe vragen:

• Welke businessmodellen hebben potentie?

• Onder welke voorwaarden werken ze?

• Wat moeten we nu uitvinden om later te kunnen opschalen?

Experimenten zijn geen doel op zich, maar een manier om besluitvorming voor te bereiden. Zonder deze focus blijft verkenning oppervlakkig.

3. Opschalen organiseren: kies wanneer je doorpakt

De grootste bottleneck zit zelden in ideeën, maar in opschaling. Opschalen vraagt om:

• expliciete go/no-go momenten

• concentratie van middelen

• bestuurlijke prioritering

Dit vereist een fundamentele keuze: stoppen met heroverwegen en daadwerkelijk beslissen. Een praktische vraag voor boards is: “Wat moet er gebeuren voordat wij bereid zijn om substantieel op te schalen—bijvoorbeeld door tien keer méér te investeren?”

4. Afbouwen: maak ruimte door te stoppen

Zonder afbouw geen transitie. Dit vraagt om expliciete keuzes:

• welke activiteiten passen niet meer in de toekomst?

• welke bouwen we gecontroleerd af?

• waar blijven we bewust in investeren?

Afbouw is geen puur analytische exercitie, maar een bestuurlijke. Het raakt aan macht, identiteit en korte termijn prestaties. De moeilijkste vraag is vaak: “Wat zouden we vandaag niet meer starten als we opnieuw begonnen?”

Waarom dit werkt

Deze vier principes versterken elkaar.

  • Zonder afscherming blijft verkenning oppervlakkig.

  • Zonder verkenning ontbreekt richting voor opschaling.

  • Zonder opschaling blijft impact uit.

  • Zonder afbouw ontstaat geen ruimte.

Samen vormen ze een besluitarchitectuur die niet alleen ruimte geeft aan innovatie, maar ook richting afdwingt.

Tot slot: de echte opgave

Veel organisaties benaderen transitie-innovatie als een kwestie van méér doen: meer ideeën, meer pilots, meer investeringen. De werkelijke opgave is wezenlijk anders: niet méér initiatieven, maar andere keuzes. Zolang de besluitarchitectuur niet verandert, blijven organisaties doen wat ze altijd deden— alleen met meer innovatie ernaast.

Niet méér initiatieven, maar andere keuzes

De organisaties die wél transformeren, onderscheiden zich niet doordat ze de toekomst beter voorspellen, maar doordat ze beter georganiseerd zijn om ermee om te gaan. De vraag is daarmee niet of organisaties willen veranderen, maar of zij bereid zijn anders te beslissen dan hun succes uit het verleden voorschrijft.

Reflectie voor de boardroom

Drie vragen die het verschil maken:

• Waar beoordelen wij nieuwe activiteiten met de verkeerde criteria?

• Welke innovaties houden wij bewust of onbewust klein?

• Wat blijven wij doen dat niet meer past bij onze strategische richting?

De antwoorden op deze vragen bepalen niet alleen wat een organisatie vandaag doet, maar vooral wat zij morgen kan worden.

Over de auteur

Carla Irene Koen is hoogleraar aan TIAS School for Business and Society en gespecialiseerd in strategie, innovatie en transities. Haar onderzoek en onderwijs richten zich op hoe organisaties omgaan met fundamentele onzekerheid en structurele verandering.

Verder werken aan innovatie, besluitvorming en transitie

De vraag is niet alleen of organisaties willen vernieuwen, maar of zij hun besluitvorming zo durven inrichten dat vernieuwing ook echt kan doorbreken. Dat vraagt om bestuurders, toezichthouders en leiders die verder kijken dan losse pilots of projecten. Leiders die begrijpen hoe strategie, governance, innovatie en verandering elkaar beïnvloeden.

Wil je je verder verdiepen in de rol van besluitvorming, toezicht en bestuurlijke verantwoordelijkheid bij transitie? Bekijk dan de opleidingen binnen Bestuur & Toezicht van TIAS. In deze programma’s onderzoek je hoe je als bestuurder of toezichthouder koers, toezicht en maatschappelijke verantwoordelijkheid met elkaar verbindt.

Wil je juist leren hoe je innovatie en verandering structureel in beweging brengt binnen organisaties? Ontdek dan het opleidingsaanbod binnen Innovatie & Verandermanagement. Deze opleidingen helpen je strategie, mens en organisatie te verbinden en nieuwe ideeën om te zetten in gedragen verandering.

Zo ontwikkel je de kennis, reflectie en handelingskracht om niet alleen meer innovatie te organiseren, maar vooral andere keuzes mogelijk te maken.

Prof. dr. Carla Koen

Hoogleraar

Hoogleraar Duurzame Innovatie aan TIAS School for Business and Society en de Technische Universiteit Eindhoven

Gerelateerde artikelen

  • 28 mei 2026

    Rethinking Leadership | De impact van polariteitsdenken op performance en verandering

    Lees meer
  • 20 mei 2026

    Onderzoek werpt verrassend nieuw licht op het mislukken van organisatieverandering

    Lees meer
  • 30 april 2026

    TIAS EMBA #7 wereldwijd in carrièreontwikkeling QS Executive MBA Rankings 2026

    Lees meer

Gerelateerde opleidingen

  • Strategie en Innovatie in de Zorg

    Lees meer
  • Mastermodule Operations Strategy (studytrip)

    Lees meer
  • Mastermodule Digital Strategy and Architecture

    Lees meer