Governance

Opinie: passend onderwijs

19 november 2020 | 3 min lezen
passend_onderwijs_artikel

Met 25 maatregelen wil Minister Slob passend onderwijs verbeteren en stapsgewijs toewerken naar inclusiever onderwijs. De Kamer steunt die koers. Dat heeft alleen kans van slagen als er draagvlak is bij leraren. Precies dat hebben we de afgelopen jaren zien afkalven in het basis- en voortgezet onderwijs.

In 2014 trad de Wet passend onderwijs in werking. Vanaf dat moment volgden wij, een consortium van onderzoekers, de invoering. Onze conclusie is dat veel doelen van passend onderwijs op stelselniveau zijn bereikt. Zoals kostenbeheersing en decentralisering. Binnen scholen is de impact veel kleiner: de maatregelen hebben strikt genomen het dagelijks werk van leraren nauwelijks geraakt. Het is bijvoorbeeld niet zo dat grote groepen leerlingen die voorheen naar het speciaal onderwijs zouden gaan, nu naar een reguliere school gaan. De laatste jaren neemt het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs juist toe. Het is ook niet zo dat er nu veel meer thuiszitters naar school gaan: ook het aantal thuiszitters is gegroeid. Veel scholen hebben de ondersteuning wel uitgebreid, maar op een manier die voor leraren vaak niet direct zichtbaar is. De intern begeleider of de ondersteuningscoördinator kreeg bijvoorbeeld meer uren. Op basisscholen zijn er weliswaar meer onderwijsassistenten gekomen, maar niet zoveel dat elke leraar daar ook van kan profiteren. 

Dat passend onderwijs het dagelijkse werk van leraren nauwelijks heeft bereikt, wil niet zeggen dat er niets veranderd is voor leraren. Uit ons onderzoek blijkt dat leraren zich zwaarder belast zijn gaan voelen door leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Leraren hebben ook toenemend het gevoel dat ze tekortschieten. Leraren vragen veel van zichzelf, omdat ze het beste willen voor leerlingen. Ze willen meer doen dan ze kunnen waarmaken. Dat leidt tot frustratie. Leraren hebben dan ook steeds meer het gevoel dat ze tegen hun grenzen aanlopen.

Hoe kan dat? Er is geen hard bewijs dat het aantal ‘zorgleerlingen’ op reguliere scholen is toegenomen. Er zijn wel indicaties, vooral in het basisonderwijs, dat de complexiteit van de problematiek bij leerlingen toeneemt. Niettemin voelen leraren zich meer belast en neemt het draagvlak voor passend onderwijs af. Volgens ons heeft dat alles te maken met het onbegrensde karakter van passend onderwijs. Ten eerste is niet duidelijk voor wie passend onderwijs wel en niet bedoeld is. Voor leraren vallen alle leerlingen die “iets extra’s” nodig hebben onder passend onderwijs. Ten tweede is het onderwijs aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften niet los te zien van wat er verder allemaal in scholen speelt. Vanuit het beleid bekeken zijn het lerarentekort, hoge werkdruk of groepsgrootte andere ‘dossiers’. De dagelijkse praktijk in scholen trekt zich daar weinig van aan. Als de intern begeleider zelf voor de klas staat, omdat er niemand anders is, heeft dat direct consequenties. Die begeleider heeft dan immers minder tijd om met een leraar te bespreken hoe een specifieke leerling het best ondersteund kan worden. En ten derde is het de vraag wanneer onderwijs voldoende ‘passend’ is. Het woord suggereert maatwerk en een aanpak die precies op de individuele leerling is toegesneden. Dat schuurt met de manier waarop onderwijs is ingericht, namelijk als groepsproces.

Minister en Kamer willen stapsgewijs toewerken naar inclusiever onderwijs. Dat is ambitieuzer dan passend onderwijs. Op de weg daar naartoe heeft het beleid voor leraren een aantal maatregelen in petto. Er komt een landelijke basisnorm voor wat scholen minimaal moeten bieden bij het ondersteunen van leerlingen. Leraren krijgen meer inzicht in de financiële middelen en meer inspraak bij de verdeling daarvan. En er komt meer aandacht voor passend onderwijs in lerarenopleidingen.

Deze maatregelen doen weinig om de onbegrensdheid van passend onderwijs beter in toom te houden. Een basisnorm geeft wel een minimum aan, maar dat geeft leraren nog weinig houvast om te bepalen wanneer het onderwijs voldoende ‘passend’ is. Onderwerpen die voor leraren direct verbonden zijn met passend onderwijs, zoals het lerarentekort en de werkdruk, blijven in het beleid gescheiden trajecten. En met de ambitie van inclusiever onderwijs, gaan de verwachtingen alleen maar verder omhoog. Dit gaat de scepsis onder leraren niet verdrijven. En zonder leraren gaat het niet.

Sietske Waslander, Guuske Ledoux, Ton Eimers, Anke de Boer, José van der Hoeven, Ed Smeets en Miriam Walraven

Dit artikel is verschenen in de Volkskrant.

Een breder perspectief op onderwijs

Wil je oplossingen aandragen om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke waarde van het onderwijs? In de Executive Master of Management in Education (onderwijsmanagement) ga je de diepte in op het gebied van missie en strategie, leiderschap en innovatie. Zo leer je vraagstukken over beleid & bestuur, netwerken & samenwerking en organisatie & leiderschap te analyseren vanuit meerdere invalshoeken.

Lees meer over deze opleiding »

Relevante artikelen
  • Hoe zorg je als onderwijsleider dat keuzes omtrent corona-roosters in lijn blijven met waar je voor staat?
  • Een financieel-bestuurlijke aanpak voor een normatieve vraag maakt het 'passend onderwijs' vraagstuk nog ontembaarder
  • Door invoering van 'passend onderwijs' is ondersteuning beter georganiseerd, maar zijn verwachtingen niet waargemaakt