Een manager die onder druk uitvalt tegen medewerkers. Een leidinggevende die structureel het eigen belang vooropstelt. Of een organisatie waarin schadelijk gedrag wordt geaccepteerd zolang de resultaten goed zijn. Destructief leiderschap kent verschillende vormen. In een nieuwe wetenschappelijke publicatie laten TIAS-hoogleraar Hans van Dijk en zijn mede-auteurs Emma Gerritsen en Ivana Vranjes (Tilburg University) zien waarom het belangrijk is om verder te kijken dan het gedrag van de individuele leider.
Niet elke destructieve leider is toxisch
Wanneer een leidinggevende schadelijk gedrag vertoont, zoeken we de verklaring vaak bij de persoon zelf. Is iemand toxisch of ontbreekt het aan de juiste leiderschapsvaardigheden? Volgens het onderzoek doet dit onderscheid echter onvoldoende recht aan de complexiteit van destructief leiderschap.
In hun nieuwe wetenschappelijke publicatie introduceren de auteurs het Stability/Source Model of Destructive Leadership. Hierin onderscheiden ze vier vormen van destructief leiderschap: State-related lapses, Role-capability misfit, Chronic self-orientation en Reinforced destructiveness.
Het model kijkt naar twee vragen: is het schadelijke gedrag incidenteel of structureel? En komt het vooral voort uit individuele kenmerken of uit de organisatiecontext?
Dat onderscheid is belangrijk voor de aanpak. Een manager die onder druk tijdelijk zijn geduld verliest, vraagt mogelijk om andere ondersteuning dan een leidinggevende die structureel medewerkersbelangen negeert. En wanneer een organisatie schadelijk gedrag beloont of tolereert, is individuele coaching alleen niet voldoende. Dan moet ook de organisatie kritisch kijken naar de patronen die zij zelf in stand houdt.

:quality(75))
:quality(75))