In deze aflevering van Rethinking Leadership spreekt Roemer Visser met Jill Bolte Taylor, neuroanatoom, spreker en auteur, vooral bekend van haar boek Whole Brain Living en haar virale TED Talk. Ze onderzoeken samen wat haar neurowetenschappelijke model betekent voor het leiderschap van vandaag. Het gesprek gaat verder dan theorie en mondt uit in een verkenning van hoe leiders denken, reageren en zich verhouden tot anderen, en hoe zij kunnen leren de verschillende ‘karakters’ in hun eigen brein te herkennen.
Van één brein naar vier karakters
De meeste leiders, zo legt Taylor uit, opereren voornamelijk vanuit de linkerhersenhelft, met name vanuit wat zij Karakter 1 noemt: de gestructureerde, taakgerichte uitvoerder. In haar eigen geval heeft ze dit karakter “Helen” genoemd, een afkorting van Hell on Wheels, omdat zij ‘de klus klaart’. Wanneer deze modus exclusief de overhand krijgt, verliezen leiders de toegang tot creativiteit, empathie en innovatie — capaciteiten die essentieel zijn in de complexe wereld van vandaag. Zoals zij het kernachtig samenvatten: “Het linkerbrein is een fantastische dienaar, maar een verschrikkelijke meester.”
Taylor moedigt ons allemaal aan om te bewegen van dominantie van Karakter 1 naar wat zij Whole Brain Living noemt. Dat gaat over “het herkennen van de waarde van alle delen van jezelf, zodat je al deze verschillende kanten van wie je bent bewust en met enthousiasme kunt omarmen, om een vrediger, productiever, creatiever en functioneler leven te leiden.”
Het verbreden van het leiderschapsrepertoire betekent het voeden van vier interne karakters:
Karakter 1 (linkerbrein, denken): gestructureerd, gefocust en taakgericht
Karakter 2 (linkerbrein, voelen): beschermend, voorzichtig en gevoelig voor dreiging
Karakter 3 (rechterbrein, voelen): creatief, nieuwsgierig en speels
Karakter 4 (rechterbrein, denken): verbonden, compassievol en gegrond
Samen verkennen zij hoe het herkennen van deze vier modi leiders helpt hun innerlijke wereld beter te begrijpen.
Genialiteit leeft in de rechterhersenhelft
Een van Taylors meest opvallende uitspraken is: “Genialiteit zit in de rechterhersenhelft.”
Karakter 3 voedt nieuwsgierigheid en experimenteren, terwijl Karakter 4 zorgt voor compassie, verbinding en perspectief. Deze vermogens helpen leiders om mogelijkheden te zien voorbij lineaire logica en vormen de relationele basis waarop leiderschap rust. Toch zien veel leiders deze modi over het hoofd, omdat Karakter 1 de dominante drijfveer wordt. De bemoedigende boodschap, aldus Taylor, is dat deze dominantie is aangeleerd en dus ook kan worden afgeleerd.
Bewustzijn creëert keuze
In de loop van het gesprek benadrukt Taylor dat de meeste mensen door het leven gaan zonder zich bewust te zijn welk karakter op dat moment aan het stuur zit. Leiderschap begint, zo betoogt zij, met het leren waarnemen van je eigen brein in actie. Roemer reflecteert hoe vaak leiders automatisch terugvallen op vertrouwde patronen zonder dat op te merken, waarop Taylor toevoegt: “We hebben zoveel meer invloed op wat er in ons brein gebeurt dan ons ooit is geleerd te geloven.”
Zodra leiders hun karakters in real time kunnen identificeren, krijgen zij de vrijheid om te pauzeren, te ademen en bewust te schakelen naar de modus die het beste past bij het moment. Dit bewustzijn is vooral belangrijk in relaties. Zoals Taylor opmerkt: “Als er vier karakters in mij zitten, en vier in ieder mens dat ik leid, dan zijn we met z’n tweeën ineens met z’n achten in de ruimte.”
Leiderschap wordt zo relationeel. Niet alleen tussen mensen, maar ook tussen de verschillende ‘zelven’ die ieder persoon meebrengt.
De kans van whole-brain leiderschap
Whole-brain leiderschap daagt traditionele aannames uit. Het erkent dat structuur en discipline essentieel zijn, maar niet voldoende. Het maakt ruimte voor emotionele intelligentie, creativiteit en de rol van angst en kwetsbaarheid. In plaats van delen van onszelf te onderdrukken of te negeren, roept Taylor leiders op om ze te integreren.
Deze integratie versterkt besluitvorming, ontsluit creativiteit, verdiept relaties en bouwt veerkracht op. En misschien wel het belangrijkste: leiders die hun eigen interne team begrijpen, worden veel vaardiger in het navigeren van de interne teams van de mensen die zij leiden.