Public Management

Blog Edith Hooge: 'I have a dream'

5 januari 2017

Begin november was ik voor een congres in Atlanta, een stad in de zuidelijke staat Georgia. Omdat Martin Luther King hier is geboren als (klein)zoon van predikanten in de Ebenezer Baptist Church, ben ik naar de Martin Luther King National Historic Site gegaan, waar je onder andere de Ebenezer Baptist Church, het graf van King en zijn vrouw, en een klein museum kunt bezoeken.

Het was indrukwekkend, maar ook confronterend om heel precies kennis te nemen van wat zich in de Verenigde Staten in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw heeft afgespeeld. Indrukwekkend hoe King - sterk geïnspireerd door Mahatma Gandhi – bij zijn strijd geweldloos verzet predikte en een beroep deed op de wilskracht van mensen. Indrukwekkend hoe hij die wilskrachtige geweldloosheid in praktijk wist te brengen.

Midden jaren vijftig met de succesvolle Montgomery busboycot naar aanleiding van de arrestatie van Rosa Parks die weigerde haar zitplaats af te staan aan een blanke passagier. Midden jaren zestig, als president Johnson de ‘voting rights bill’ ondertekent, waarmee de eisen uit Kings’ jarenlange campagne door middel van grote protestmarsen en -bijeenkomsten, speeches en publicaties grotendeels worden ingewilligd: ‘Justice rolls down like waters, and righteousness like a mighty stream’ (uit zijn befaamde ‘I have a dream’-toespraak). Indrukwekkend hoe Martin Luther King niet alleen het onrecht in materiële zin benadrukte dat rassenscheiding en ongelijke rechten teweegbrengen, maar ook voortdurend wees op het ondermijnende effect van kleinering en vernedering op de psyche van mensen. Toen hem gevraagd werd wat kalmer aan te doen in zijn strijd, geduld te betrachten en te wachten, antwoordde King in een brief vanuit de gevangenis: 'We have waited for more than 340 year for our constitutional and God-given rights… I guess it is easy for those who have never felt the stinging darts of segregation to say, ‘Wait’[ … ] when you are harried by day and haunted by night by the fact that you are a Negro, living constantly a tiptoe stance never quite knowing what to expect next, and plagued with inner fears and outer resentments; when you are forever fighting a denigrating sense of 'nobodies'; then you will understand why we find it difficult to wait.' (Brief d.d.16 april 1963 vanuit Birmingham City Jail).

Confronterend 

Het was vooral confronterend om te beseffen hoe kort geleden rassenscheiding vanzelfsprekend, algemeen geaccepteerd en geïnstitutionaliseerd was in het zuiden van de Verenigde Staten. Confronterend te zien hoe Ruby Nell, die als eerste zwarte leerling naar een openbare school ging in 1960 in New Orleans, bij de schooldeur werd opgewacht door een woedende menigte en racistische leuzen kreeg toegeschreeuwd, hoe blanke ouders hun kinderen van school haalden en hoe leraren weigerden haar les te geven. Confronterend te weten dat iedereen die met King streed voor burgerrechten, met rabiate, hardnekkige tegenstand te maken kreeg, ook vanuit de gevestigde orde. Confronterend te zien dat er grof geweld werd gebruikt, niet alleen door blanke tegenstanders, maar ook door de Black Panther Party for Self-Defense die geweld wél aanvaardbaar vond in de strijd voor gelijke rechten. Er vielen vele doden, inclusief King zelf, die in 1968 werd vermoord.

Koopman en dominee

Speciaal voor mij als Nederlander was het confronterend om in het museum een tekening uit de zeventiende eeuw te zien van de Tweede West Indische Compagnie, met daarop een uitleg hoe slaven zo efficiënt mogelijk in een schip kunnen worden geladen zodat ze goedkoop kunnen worden vervoerd vanuit Ile de Goree (vernoemd naar het Zeeuwse eiland Goeree) naar Amerika. Confronterend hoe sterk ik in dat beschamende historische bewijs de Nederlandse cultuur van koopman en dominee proefde, de cultuur van een land dat van oudsher zo sterk is in handel en logistiek. Ook confronterend was dat ik direct moest denken aan de discussie over Zwarte Piet. Na mijn bezoek aan de Martin Luther King National Historic Site liet deze laatste gedachte mij niet meer los en drongen de parallellen zich op met wat ik in het museum had gezien: de zwartepietendiscussie in Nederland waarbij de scheidslijnen tussen ‘voor’ en ‘tegen’ zich in rap tempo scherper zijn gaan aftekenen, waar extremere posities worden ingenomen, waar de empathie en nuance soms ver te zoeken is, en die ook gepaard gaat met racistische uitingen en (verbale) agressie.

Gouden kans 

Het Nederlandse onderwijs kent een lange traditie op het gebied van burgerschapsvorming. Volgens de Stichting Leerplanontwikkeling is de bedoeling van burgerschapsvorming in het funderend onderwijs 'jonge burgers (want dat zijn leerlingen immers!) de basiskennis, vaardigheden en houding bij [te brengen] die nodig zijn om een actieve rol te kunnen spelen in de eigen leefomgeving en in de samenleving. Ze maken kennis met begrippen als democratie, grond- en mensenrechten, duurzame ontwikkeling, conflicthantering, sociale verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid en het omgaan met maatschappelijke diversiteit. Die kennis komt niet alleen uit het boekje, maar wordt ook geleerd door te oefenen in de praktijk'. Hoewel het niet altijd even gemakkelijk is om burgerschap te integreren in het curriculum, of er vorm aan te geven in de dagelijkse schoolpraktijk, wordt het heel belangrijk gevonden. Bijna niemand is ‘tegen’ de doelen van burgerschapsvorming in onderwijs. Willen schoolbesturen, schoolleiders en leraren burgerschapsvorming serieus nemen, niet alleen ‘uit een boekje’ maar ook in de praktijk, dan biedt het Sinterklaasfeest een gouden kans. Bespreek die lastige zwartepietendiscussie met elkaar, in de lerarenkamer, in de klas en op en rond het schoolplein. Als we met ons onderwijs alle kinderen willen leren dat mensen gelijkwaardig zijn, dan moeten we het ook voorleven, en is de keuze hoe ‘om te gaan met zwarte piet’ snel gemaakt.

Dit artikel is eerder verschenen in De Nieuwe Meso, vakblad voor schoolleiders en –bestuurders.

Word Master of Public and Non-Profit Management

De samenleving, het werkveld van publieke en non-profitorganisaties, verandert voortdurend. De overheid zoekt naar nieuwe vormen van sturing. Concurrentie en verzakelijking hebben definitief hun intrede gedaan. Burgers stellen hogere eisen. Dat vraagt van u als bestuurder of leidinggevende dat u het evenwicht moet zien te vinden tussen overheden, markten, netwerkpartners en burgers.

In de Master of Public Management & Non-Profit Management reiken we u hiervoor nieuwe kennis en nieuwe, concrete vaardigheden aan. U ontwikkelt een visie op de uitdagingen van uw organisatie vanuit meerdere invalshoeken. En u leert deze uitdagingen te beoordelen en aan te pakken vanuit de opgedane kennis.

MEER WETEN OVER DEZE MASTER

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.