Public Management

Decentralisatie vraagt om meer flexibliteit van ambtenaren

19 juli 2017

Met de decentralisering naar gemeenten van de uitvoering van de jeugdwet, de WMO en de participatiewet hebben gemeenten een veel belangrijkere rol gekregen in de uitvoering van onze verzorgingsstaat. Directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau had het tijdens de Wibautlezing 2013 dan ook over een verzorgingsstad als opvolger van de verzorgingsstaat.

Het onderliggende idee van de decentralisering is dat de uitvoering gemakkelijker is als je dichter bij de praktijk zit. Daar kun je mensen eenvoudiger activeren om taken op zich te nemen en kan de participatiemaatschappij vorm krijgen. Maar: participeren wil ook zeggen ‘samenwerken’. In de praktijk betekent het dat gemeenten dicht bij uitvoeringsrollen komen te zitten. Zo moeten ambtenaren bijvoorbeeld soms plots letterlijk aan de keukentafel plaatsnemen in een meer consulterende rol. En dat vergt een zekere mate van handelingsvrijheid. Deze professionals hebben discretionaire ruimte nodig om maatwerk te kunnen leveren en daadwerkelijk de noden en wensen van burgers te kunnen beantwoorden. Ze willen niet alleen maar langskomen om de regelingen van de gemeenten nog een keer te komen uitleggen. Dan zal de burger hen snel als kille vertegenwoordigers van de bureaucratie gaan zien en ook zo behandelen. Met als gevolg: exit participatie

Mensgericht

Discretionaire ruimte leidt in de gemeentelijke organisatie tot een interessante variatie aan uitvoeringspraktijken. Dat vergt bij gemeenten een globalere omgang van regels om flexibiliteit mogelijk te maken; ofwel minder regelgericht en meer mensgericht. Tegelijkertijd willen we een scherper gesprek tussen uitvoeringsapparaat en gemeenteraad. Dualisme is daar de norm waarbij de raad - onafhankelijk van het ambtenarenapparaat - zelf een beeld kan vormen van de totstandkoming en uitvoering van beleid. Maar die uitvoering wordt nu juist gevarieerder en minder volgens vaste - en dus vooraf af te spreken - patronen. Dat betekent dat de raad vaker in de mist zal roeien. Want controle en regulering werken in dat geval niet. En dat terwijl controle en regulering bestuurlijk gezien aantrekkelijk zijn; dan weten we tenminste waar we aan toe zijn. Detailsturing en incidentenophoping in de raad werken evenmin; dualisme wordt dan kinnesinne en gaat niet meer over de hoofdlijn.

Vertrouwen tussen de raad en het gemeentelijk uitvoeringsapparaat is essentieel. Maar hoe vergaar je dat? In een politiek klimaat dat vaak hijgerig is en waarin de oppositie er een belang bij heeft om de uitvoering ter discussie te stellen is dat lastig. De politieke versnippering in Nederland draagt bij aan dunnere coalities, kortere zittingstermijnen en meer profileringsdrang bij raadsleden en hun fracties. De daarmee samenhangende dynamiek verdraagt zich slecht met een meer geduldige en op vertrouwen gebaseerde uitvoeringspraktijk waar kwetsbare burgers behoefte aan hebben in het sociale domein.

Maak kennis met de Master of Public Management & Non-Profit Management (MPM)

Als manager of leidinggevende bij de overheid, in de publieke sector of de non-profitsector krijgt u steeds meer te maken met samenwerkingsverbanden met andere organisaties binnen en buiten het publieke domein. Dat vraagt veel van uw management- en leiderschapsvaardigheden. Daarom bieden wij de Master of Public Management & Non-Profit Management aan, een academische masteropleiding voor Leiderschap en Management in het publieke domein.

Lees meer over deze Master

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.