Public Management

Accreditatie van onderwijsbestuurders helpt raden van toezicht een handje

7 juni 2017

In de zorg doen ze het al. De NVZD, vereniging van bestuurders in de zorg, heeft een accreditatiesysteem voor zorgbestuurders met als doel bij te dragen aan de professionalisering en maatschappelijke legitimatie van het zorgbestuur. In het accreditatietraject wordt onderzocht of bestuurders actief vormgeven aan hun vakontwikkeling en beschikken over zelfreflectief vermogen.

Om geaccrediteerd te mogen worden moeten zorgbestuurders minimaal 1 jaar werkervaring hebben en deelnemen aan een intervisiegroep, en voor de  accreditatie zelf verzamelen zij 360 graden feedback, doen een zelfevaluatie, stellen een ontwikkelplan op en praten hierover met twee auditoren (peers). Geaccrediteerde bestuurders worden opgenomen in een openbaar register en de accreditatie is vijf jaar geldig. Met accreditatie en registratie hoopt de NVZD ook de politiek van het lijf te kunnen houden, want daar worden zorgbestuurders met argusogen gevolgd: recent stemde de Tweede Kamer nog in met een voorstel om wanpresterende bestuurders een bestuursverbod te geven.

Ook onderwijsbestuurders worden kritisch gevolgd vanuit de politiek, maar op de recente toezegging van minister Bussemaker aan de Tweede Kamer afgelopen juni, om een brief te sturen over hoe de kwaliteitsborging van bestuurders en toezichthouders beter kan worden vormgegeven, is met scepsis gereageerd in het onderwijsveld. Zo adviseren de bestuurdersverenigingen po en vo in een recente notitie om de route richting een bestuurdersregister niet te bewandelen. De belangrijkste reden die zij hiervoor aangeven is de vrees voor uniformering: dat accreditatie en registratie zullen leiden tot een standaard beroepsprofiel en alle onderwijsbestuurders in hetzelfde keurslijf dwingt. 

Goed idee

Ik denk dat het organiseren van accreditatie en registratie van onderwijsbestuurders wel een goed idee is. Meer verantwoording en transparantie over de motivatie en expertise van de mensen die het onderwijs besturen is echt niet te veel gevraagd. Zeker niet als ik bedenk dat met onderwijs steeds grotere maatschappelijke belangen zijn gemoeid, terwijl de bestuurders in een zo autonome positie verkeren ten opzichte van politiek, overheid en samenleving dat de OESO zelfs spreekt over een verantwoordingstekort.

Accreditatie en registratie van bestuurders zou ook de raden van toezicht een handje kunnen helpen met de uitvoering van de cruciale werkgeverstaak. En dat is nodig. Uit de diverse peilingen en onderzoeken van de afgelopen jaren naar het functioneren van intern toezicht, blijkt steeds weer dat raden van toezicht moeite hebben met hun rol als werkgever van het bestuur. De meer technische kant ervan: werving en benoeming, schorsing of ontslag en remuneratie komt wel beter uit de verf, ook omdat raden van toezicht hier vaker externe hulp bij zoeken zoals het inschakelen van een werving- en selectiebureau. Maar juist de inhoudelijke en gedragsmatige aspecten van de werkgeverstaak blijkt geen sine cure voor raden van toezicht. Intern toezichthouders worstelen met zaken als regelmatig feedback geven aan de bestuurder over haar of zijn functioneren, met het beoordelen van de bestuurlijke performance, met het toezicht op in hoeverre hun bestuurders blijven leren en professionaliseren, en met het betrachten van goed werkgeverschap: aandacht besteden aan het welzijn en de groei van de bestuurder – ook persoonlijk! -. Deze worsteling kan in sommige gevallen te wijten zijn aan onvermogen, maar hangt voor een groot deel samen met de beperkingen in tijd en menskracht – en ook ‘contacturen’ met de bestuurder(s) -  waar raden van toezicht per definitie mee kampen. Het is een inherent tekort van de figuur intern toezicht. Een systeem van accreditatie en registratie dat van onderwijsbestuurders vraagt om reflectief te zijn en regelmatig boven tafel te krijgen waar zij goed en minder goed in zijn biedt hier in mijn ogen soelaas. Onderwijsbestuurders kunnen blijven leren, zich ontwikkelen en een spiegel laten voorhouden in een bredere kring dan alleen die van het eigen intern toezicht, en de raden van toezicht kunnen de informatie en opbrengsten van de accreditatie- en registratieprocessen benutten en erop doorbouwen in de uitoefening van de werkgeverstaak.

Open en kwalitatieve benadering

De kunst is de accreditatie en registratie dan wel zó in te richten dat het echt gaat over de inhoudelijk-vakmatige, morele en persoonlijke ontwikkeling van onderwijsbestuurders. Dat lukt niet met een standaardberoepsprofiel, met precies beschreven competenties die erom vragen te worden ‘afgevinkt’, of met een aantal punten dat per jaar moet worden behaald. Dat vraagt om een open ‘contextgevoelige’ en kwalitatieve benadering die de grote variatie in onderwijs en het besturen ervan honoreert. Ik weet zeker dat de bestuurders- en besturenverenigingen zich achter zo’n benadering van accreditatie en registratie kunnen scharen, evenals de netwerken en verenigingen van toezichthouders in het onderwijs. Zij kunnen dit het beter zelf organiseren en vormgeven, dan dat anderen dit voor hen gaan doen. De Tweede Kamer bijvoorbeeld. Beter hier vandaag nog mee te beginnen dan morgen.

Leiding geven in een veranderend onderwijslandschap

Als manager of leidinggevende in het onderwijs heeft u te maken met een steeds veranderend landschap. Leer succesvol leiding te geven aan de veranderingen met de Master of Management in Education aan TIAS.

LEES MEER OVER DEZE MASTER

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.