HRM

Loon inleveren: een armoedige oplossing

20 augustus 2015

Een loonoffer vragen aan werknemers is een armoedige oplossing om het bedrijf te laten overleven, vindt Jaap Paauwe. Er zijn genoeg alternatieven.

Beeld: © Nationale Beeldbank

Bedrijven in nood stellen soms aan hun werknemers voor om loon in te leveren ten behoeve van het overleven van het bedrijf en het handhaven van de werkgelegenheid.

In het verleden heeft PostNL daar campagne voor gevoerd. Een meer recent voorbeeld is V&D. En ook diverse adviesbureaus probeerden tijdens de afgelopen recessie op die manier hun voortbestaan veilig te stellen. In feite stuk voor stuk armoedige voorstellen.

Ten eerste armoedig voor de werknemers zelf; die worden er immers armer van. Bovendien is het niet erg reëel om van werknemers met een salaris van modaal tot lager een loonoff er te vragen. Zij hebben elke euro hard nodig. Maar het is ook armoedig vanuit het bedrijf. Het is toch een soort last minute-oplossing die blijk geeft van onvoldoende anticiperen op veranderende marktomstandigheden. Hadden de tegenvallende verkopen of dalende prijzen niet eerder voorzien kunnen worden met als adequaat antwoord innovatie, productontwikkeling, wijziging van distributiekanalen, logistiek, verkenning van nieuwe markten, afzetkanalen etc.? Of had de leiding van het bedrijf niet al veel eerder creatiever kunnen omgaan met de loonkosten?

Het installatiebedrijf waar ik destijds werkte, schafte tijdig haar vaste winstdelingsregeling af en verving die door een variabele winstdelingsregeling die fluctueerde tussen 0 en 8%. Dus in goede tijden hadden alle werknemers er een dertiende maand bij en bij economische tegenwind konden we maar liefst 8% lagere prijzen offreren.

En wat te denken van het arsenaal aan vakantie- en atv-dagen? Ook daarmee kun je het nodige van werknemers vragen, zonder dat ze dat in hun portemonnee hoeven te voelen. In plaats van een loonoffer te vragen kun je als werknemer ook een bijdrage leveren door domweg meer te werken voor hetzelfde loon. Geen groot offer uitgaande van het grote aantal vrije dagen dat de meeste werknemers hebben, maar wel effectief voor het bedrijf. Immers, het leidt tot lagere loonkosten per gewerkt uur.

Een ander alternatief is werken met een flexibele schil aan werknemers. Dat idee dateert al uit de jaren 70/80 van de vorige eeuw, maar heeft nog niets van z’n effectiviteit verloren. Neem nu de assemblagefabriek van Scania uit Zwolle, opererend in een extreem conjunctuurgevoelige markt, maar wel met een grote behoefte aan vakbekwaam personeel. Zij werken al jaren met een flexibele schil van werknemers die - net als de werknemers met een vast contract - goed getraind en betaald worden, maar waar je wel snel van afkomt als de nood aan de man komt. Met als positieve keerzijde dat Scania bij groei en vervanging door natuurlijk verloop elk jaar uit deze pool aan flexibele krachten er een aantal selecteert om toe te treden tot de vaste kern.

Kortom oplossingen genoeg, zonder te hoeven vervallen in de armoede van loon inleveren.

Professor Jaap Paauwe is als Academic Director verbonden aan het TIAS Advanced Human Resources ProgramMeer informatie over AHRP.

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit P&Oactueel, www.penoactueel.nl.

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.
Reacties
  1. Erna Pfaff | 31 augustus 2015
    Een helder en overtuigend standpunt waar ik als HR-professional helemaal mee eens bent. Tijdig inspelen op de marktontwikkelingen en creatievere oplossingen bedenken, zoals genoemd, was een loonoffer vragen van medewerkers niet nodig geweest. De HR-afdeling heeft naar mijn idee in dergelijke kwesties uiteraard ook een belangrijke rol.      
    Relevante Artikelen
    • 21 jul
      Het woord demotie heeft een negatieve bijklank gekregen, maar door het ouder worden van de werknemer moeten we toch nadenken deze vorm van beweeglijkheid, zegt hoogleraar Jaap Paauwe.