Health

Zes beleidslijnen voor een duurzaam georganiseerde zorg

30 maart 2017

Nu de verkiezingen geweest zijn en de coalitievorming op gang is, is voor de komende regering de vraag: hoe maken we de zorg toekomstbestendig? De overheid heeft daarin als vanouds de verantwoordelijkheden voor het toegankelijk houden van de zorg voor alle burgers, de betaalbaarheid garanderen en de bewaking van de ondergrenzen van de kwaliteit. De toenemende zorgvraag door veroudering van de bevolking en de technische mogelijkheden stuwen in het huidige organisatie model de kosten omhoog.

Toenemende zorgkosten concurreren in de staatsuitgaven met andere noodzakelijke uitgaven en daarnaast neemt het werkend deel van de bevolking af. Dit heeft twee gevolgen: een kleiner deel van de bevolking draagt straks de verantwoordelijk om de zorg te betalen en daadwerkelijk te leveren. Juist nu is het van belang om de alle stakeholders te doordringen van dit naderend probleem: patiënten, familie, beleidsmakers en zorgprofessionals.

Wij formuleren daarom zes beleidslijnen die in onze visie de kern vormen van het toekomstbestendig maken van de zorg in Nederland.

  1. ‘Gecapiteerde uitkomst financiering’. Nu wordt de curatieve zorg betaald per ingreep of handeling. Dit heeft ertoe geleid dat 20-30% van de zorgproductie geen aantoonbare waarde toevoegt voor de patiënt. Als meer handelen meer inkomsten genereert beïnvloedt dit het gedrag van professionals en management. In dit opzicht is de ‘value based healthcare’ benadering een goed begin. Door op basis van de voor patiënt belangrijke uitkomsten te financieren, vermindert de perverse prikkel van overproductie. Optimaal wordt het echter door het rendement te maximeren door te kijken naar een totaal financiering voor een complete behandeling en zorg (‘capitation’) en support, van begin tot het einde. Zorgverleners die met elkaar een totaal behandeltraject verzorgen (geïntegreerde zorg) worden in dit model op basis van uitkomst als geheel gefinancierd maar zullen daarmee geen maximale productie nastreven maar maximale waarde voor de patiënt. Van belang is dat de financieringsvormen de samenwerking die altijd nodig is bevorderen of vergoeden.
  2. Onze zorg kent diverse ‘schotten’. Schotten tussen ‘care’ en ‘cure’ en schotten tussen 1e, 2e en 3e lijn. Voor gecapiteerde uitkomstfinanciering is deze verschotting een obstakel. Ontschotten zal op korte termijn verregaand en gecoördineerd moeten plaatsvinden om geïntegreerde zorg te realiseren. Ontschotting (of integratie) moet zich niet alleen richten op de financiering, maar ook op de zorgverlening zelf, het beleid, de financiering en het toezicht (voor verantwoording).
  3. Het perspectief van de patiënt, die steeds meer consument is, zal maximaal moeten worden benut gezien de verwachtingen van de (toekomstige) zorggebruikers. Een expliciete inbreng van de patiënten zelf bij de keuze van behandelopties zal er ook vaak toe leiden dat van behandelingen af wordt gezien of dat voor goedkopere opties wordt gekozen. Bij een ontschotte zorgorganisatie met gecapiteerde uitkomstfinanciering is hier meer ruimte voor. De inbreng van professionele expertise zal daarbij voor vast te stellen situaties moeten zijn geborgd. Euthanasie en abortus zijn voorbeelden waar het perspectief van de patiënt en de medische expertise in balans tot besluitvorming leiden. Vanuit dit concept kunnen ook andere zorgvraagstukken benaderd worden. 
  4. De potentie van preventieve gezondheidzorg blijft in Nederland onderbenut. Kijk bijvoorbeeld naar het ambivalente overheidsbeleid rondom sigaretten en alcohol. Indien daadwerkelijk gekeken wordt naar de optimale manier om bepaalde ziektes aan te pakken, inclusief het voorkomen ervan, en dit dan ook te vergoeden, komt er vanzelf meer aandacht voor preventie. Het onderzoeken en verlenen van preventieve zorg wordt in bovenstaand kader als vanzelf aantrekkelijker. Gecapiteerde uitkomstfinanciering zal op zichzelf preventieve strategieën bevorderen. De achterstand die op gebied van preventie is opgelopen vraagt echter om een expliciete aandacht hiervoor.
  5. Meer inzet van technologie want meer mensen en meer druk op mantelzorgers is niet het antwoord. Meer mensen zijn er niet zomaar en van mantelzorgers kun je geen alsmaar toenemende inzet verwachten blijkt in de praktijk. Gevolg: het zorgproces zit verstopt met patiënten op de verkeerde plaats. Oudere chronische zorg patiënten worden uit machteloosheid in ziekenhuizen opgenomen omdat er elders geen goede zorg gegarandeerd kan worden. De omarming en inzet van technologie geeft de ruimte om goede zorg met minder personeel te leveren. Bovendien kan de technologie de zorg meer vraag gericht en geïndividualiseerd aanbieden. Hiermee worden de kosten op termijn verminderd terwijl de waarde verhoogt.
  6. Richt het beleid en het toezicht meer op vertrouwen in zorgprofessionals en patiënten. De uitoefening van controle op professioneel handelen heeft weliswaar de ondergrens van kwaliteit verhoogd maar daar boven zullen professionals vanuit hun intrinsieke motivatie om kwaliteit te leveren werken aan verbetering. Maatregelen behoeven die interne drive te stimuleren in plaats van overmatige regel en administratie druk te genereren. De overheid en de professionals doen dit door kaders te scheppen, expertise te waarderen, integer te functioneren en goede intenties en resultaten te tonen door middel van transparantie.

Uiteraard is een vereenvoudiging en reductie tot een zestal beleidslijnen zoals hier geschetst niet volledig. Wij menen echter dat de hier genoemde beleidslijnen een basis vormen van een duurzaam, betaalbaar en goed zorgsysteem.

Dit artikel is op 30 maart 2017, in verkorte vorm, verschenen op de opiniepagina van Trouw. 

Executive Master of Health Administration

De TIAS Executive Master of Health Administration behandelt actuele thema's in de zorg en voorziet deelnemers van de juiste kennis en vaardigheden om hier strategisch op in te spelen. Met twaalf maanden college ontwikkelt u zich tot modern zorgmanager en strateeg.

LEER MEER OVER DEZE OPLEIDING

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.
Reacties
  1. Herman van Nouhuys | 31 maart 2017

    Het voorstel is echt een tekentafelmodel. De realiteit is het resultaat van denken. Al dat denken is ook eens een tekentafelmodel geweest.

    Ik zou de heren willen adviseren een rollenspel te willen spelen met als titel 'patiënt komt bij de tandarts'.

    In de tandheelkunde kun je je namelijk beperken tot het pijnvrij houden tot en met de meest complexe behandelingen om een en ander te behouden. Een behandeling die bijna niets behoeft te kosten tot en met een behandeling die fors in de papieren loopt.

    Daar kun je met de beste wil van de wereld geen model op loslaten zonder de behandelend tandarts bij te betrekken. Dat is het verschil tussen theorie en praktijk. 


     
  2. Herman van Nouhuys | 31 maart 2017

    De patiënt betrekken bij de zorg en bij de preventie impliceert dat hij daar ook een financieel aandeel in moet hebben.

    Roken, drinken en slechte voeding mogen dan niet goed zijn voor de gezondheid, een belasting of een verbod daarop is geen afdoend middel. Mensen zullen als vanzelf beter oppassen als zij financieel betrokken worden bij de zorg als gevolg van die slechte leefgewoonten. Het is tocht te gek voor woorden als we wel alles doen om de auto goed te verzorgen, maar als het op onszelf aankomt dan zou het collectief daar voor moeten zorgen.

    De kwaliteit van het beleid staat gelijk aan de resultaten. Die resultaten zijn op macroniveau zorgwekkend.

    Een voorbeeld van een beleid dat rekening houdt met de menselijke geaardheid (zowel van de dokter als van de patiënt) en met de vergankelijkheid van ons bestaan kunt u vinden op https://www.ziekvanzorg.nl/wp-content/uploads/columns/onze-gezondheidszorg-in-een-draakolk/ (1981!)