GovernanceLAB

Verbeteren onderwijs door verbinding

16 september 2016

Goed onderwijs vraagt vooral om investering in professioneel kapitaal in het onderwijsveld zelf. Zo kan de nodige verbinding en afstemming tussen betrokkenen gerealiseerd worden. Dat staat in het rapport Autonomie in onafhankelijkheid dat drie eerdere onderzoeken samenbrengt van het NRO-onderzoeksproject Ongemak van Autonomie.

Er is weinig in het bestaande systeem dat krachtige koppelingen en een betere alignment van de krachten rond onderwijskwaliteit tegenhoudt. Toch is vooralsnog de beweging vooral richting systeemconformisme. Daarmee is het gevoel van ‘eigenaarschap’ bij veel actoren in het primair onderwijs nog beperkt, en hebben velen het gevoel dat onderwijskwaliteit is gereduceerd tot een ‘beleidstarget’.

Het is nodig dat er voldoende kanalen zijn waarop partijen onderling het gesprek aan kunnen gaan en onenigheid kunnen bespreken. Als die gedeelde plekken voor debat er niet zijn of teveel van de relevante betrokken partijen geen toegang hebben, schiet het systeem tekort. Over dit tegenstrijdige spel van openheid en geslotenheid, van meerstemmigheid en gedeelde betekenis, gaat systeemvermogen. Meer balans zou het systeemvermogen om onderwijskwaliteit te sturen, vergroten.

In het rapport wordt gepleit voor meer alignment in het onderwijsveld. En daarvoor is het nodig dat er voldoende professioneel tegenwicht is georganiseerd in de sector zelf. Om voorbij het fenomeen van systeemconformisme te komen, is er enerzijds behoefte aan meer congruentie in de sturingsstrategie van de overheid: vrijheid van onderwijs wordt nu te vaak gehinderd door mechanismen van verantwoording en doelregulering. Maar anderzijds vraagt het ook en vooral om investering in professioneel kapitaal in het onderwijsveld zelf: het benutten van de beschikbare ruimte om zelf, binnen scholengemeenschappen, tot eigen opvattingen over onderwijskwaliteit te komen en daarbij horende strategieën om dat in de praktijk te brengen.

Het onderzoek voor NRO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) werd uitgevoerd door prof.dr. Edith Hooge (TIAS), prof.dr. Paul Frissen, prof.dr Martijn van der Steen, prof.dr. Mirko Noordegraaf en Ilsa de Jong MSc.

Lees hier het volledige rapport.
Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.