GovernanceLAB

Ethiek en Governance

30 april 2019
Knowledge_Governance

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van ING heeft met tweederde van de stemmen besloten om geen decharge te verlenen voor het gevoerde beleid van de onderneming. Deze beslissing was mogelijk omdat grote institutionele beleggers, zowel Nederlandse als buitenlandse een bepalende rol speelden. Een bijzondere beslissing. Aangenomen wordt dat de aandeelhouders hun afkeuring uitspreken over de wijze waarop ING is omgegaan met het ‘witwasdossier’ en het ‘beloningsdossier van CEO’; of zijn ze vooral ontevreden over de invloed van het gevoerde beleid op de beurskoers en het dividend? Gaat het over een diepgevoelde overtuiging dat het ethisch kompas van de toezichthouders en de bestuurders van ING niet in orde is? Gaat het voornamelijk over niet gerealiseerd rendement? 

Een deel van het antwoord op deze vraag kreeg ik bij het bekijken van de documentaire ‘de achtste dag’, over de nationalisatie van Fortis/ABN in 2008. In die documentaire vertelt Noud Wellink, de toenmalige bestuursvoorzitter van De Nederlandse Bank (DNB) over een presentatie die hij hield voor een gezelschap bankiers in London. Hij presenteerde daarbij de nieuwe regelgeving voor Europese banken. Een van de bankiers in de zaal reageerde daarop door Wellink als ‘naief’ te typeren. Dat ging in ongeveer de volgende bewoordingen: “Meneer Wellink binnen een half jaar heb ik het systeem zo ingericht dat ik uw regels kan omzeilen.” Wellink vertelt niet van welke bank deze persoon afkomstig was. Wel geeft hij aan dat hij deze persoon niet goed zou keuren voor het uitoefenen van een bestuurlijke functie bij een financiële instelling. Waarom niet? Omdat de ethiek van deze bankier niet deugt. Hij acht hem ongeschikt voor het leiden van een bank vanwege de moraliteit die hij ten toon spreidt. Wanneer de moraliteit niet deugt dan stemmen uiteindelijk niet alleen de aandeelhouders maar ook de consumenten met de voeten. 

Shell heeft hiermee inmiddels bijna 25 jaar geleden ervaring opgedaan tijdens de Brent Spar affaire. Ahold heeft 15 jaar geleden in de kwestie van de boekhoudfraude met vergelijkbare gebeurtenissen te maken gehad. Blijkbaar zijn deze ervaringen geen leerervaringen voor de huidige bestuurders en toezichthouders van ING geweest. 
Wanneer een onderneming de wet niet eerbiedigt (niet legaal handelt) en de opvattingen van stakeholders miskent (niet legitiem handelt) dan is er sprake van een stapeling van bestuurlijke fouten. Dan werkt de interne governance onvoldoende en is er sprake van systemische feilen. 

De vraag is of in de toezicht- en bestuurskamers van ING deze conclusie wordt getrokken of dat men concludeert dat zo snel mogelijk een aantal vervelende incidenten afgesloten moeten worden. Wanneer deze laatste benadering overheerst dan trekken uiteindelijk zowel aandeelhouders als klanten aan het kortste eind.

Relevante Artikelen