GovernanceLAB

De visie van 25 CEO’s op hun raad van commissarissen

17 december 2013

Bij de uitvoering van hun taak beoordelen commissarissen de bestuurders. Maar hoe beoordelen eigenlijk bestuurders hun commissarissen? Om op deze vraag antwoord te krijgen hebben wij onderzoek verricht onder de CEO’s van de honderd grootste ondernemingen van Nederland.

Beeld: © Nationale Beeldbank

Wij hebben de bestuurders gevraagd naar hun mening over de volgende vier rollen van de raad van commissarissen (rvc):
• adviseur, zoals sparring partner bij belangrijke besluiten of strategievorming,
• toezichthouder, zoals controleur ten aanzien van belangrijke processen,
• werkgever, zoals beoordelen/belonen en/of benoemen/ontslaan van bestuurders, en
• netwerker/ambassadeur, zoals belangenbehartiger van de onderneming naar buiten.

In totaal hebben wij 25 vragenlijsten terugontvangen. Van deze ondernemingen zijn vijftien ondernemingen beursgenoteerd (60%) en tien ondernemingen zijn niet-beursgenoteerd (40%).
Het belang

Allereerst is aan de bestuurder gevraagd het belang aan te geven dat hij als bestuurder toekent aan deze vier rollen. Hiervoor waren vijf kwalificaties gegeven, variërend van onbelangrijk tot zeer belangrijk. De adviseursrol en toezichtsrol blijken het meest belangrijk voor de bestuurder: in beide gevallen geven 20 bestuurders aan deze rollen belangrijk dan wel zeer belangrijk te vinden. Minder belangrijk vinden de bestuurders de werkgeversrol en de netwerkersrol, respectievelijk dertien en twaalf bestuurders vinden deze rol belangrijk of zeer belangrijk.

De waardering

Vervolgens is aan de bestuurders gevraagd om, op een vijfpuntschaal van slecht tot zeer goed, aan te geven hoe, naar hun mening, ieder van deze vier rollen bij de eigen organisatie wordt ingevuld. De waardering voor de adviseursrol en de toezichtsrol is gelijk, beide rollen worden door twaalf bestuurders als goed en door acht bestuurders als zeer goed gewaardeerd. Vier bestuurders waarderen deze twee rollen met ‘matig’ of ‘voldoende’. Slechts twee bestuurders waarderen de werkgeversrol en de netwerkersrol als zeer goed, en veertien bestuurders waarderen de werkgeversrol als goed terwijl elf bestuurders deze waardering aan de netwerkrol toekennen. Deze rollen worden vaker in de lagere categorieën ‘matig’ en ‘voldoende’ ingedeeld.

Tijdbesteding

Aan de bestuurders is gevraagd 100% van de werkelijke èn wenselijke tijdsbesteding van de rvc te verdelen over de vier rollen. Voor alle bestuurders gezamenlijk geldt dat in hun perceptie de meeste tijd door de rvc wordt besteed aan de toezichtsrol: gemiddeld schat de bestuurder dit op 45%. Dit wordt gevolgd door de adviseursrol (30%). De werkgeversrol wordt geschat op 15%. Tot slot gaat 10% naar de netwerk/ambassadeursrol. In de gewenste tijdsverdeling levert (gemiddeld) vooral de toezichtsrol in, deze daalt gemiddeld van 45% naar 40%. Deze tijd zou de bestuurder vooral graag toebedelen aan de adviseursrol, van 30% naar 33% evenals de netwerkersrol, deze stijgt van 10% naar 13%. De werkgeversrol blijft nagenoeg gelijk (van 15% naar 14%).

Op individueel niveau blijkt uit het onderzoek dat tien bestuurders het wenselijk zouden vinden als er meer tijd zou worden besteed aan de netwerkrol terwijl geen enkele bestuurder vindt dat hieraan minder tijd zou moeten worden besteed. Elf bestuurders zouden minder tijd willen toebedelen aan de toezichtsrol terwijl geen enkele bestuurder van mening is dat hieraan door de rcv meer tijd zou moeten worden besteed.

Ontwikkelingen in de tijd

Gevraagd naar de ontwikkelingen van het functioneren van hun rvc in de tijd, zien de CEO’s het grotere belang van onder andere dialoog, betrokkenheid, verantwoordelijk en openheid in het moderne commissariaat als positief. De voortschrijdende aandacht voor compliance en control, de formalisering van het overleg en daarmee de toenemende aandacht voor aansprakelijkheid en reputatieverlies worden als minder goede ontwikkelingen gezien.

De visie van de bestuurders kan bijdragen om de onderlinge (gepercipieerde) effectiviteit van toezicht te begrijpen en daarmee te verbeteren.

Het onderzoek is uitgevoerd door vier hoogleraren van vier universiteiten: prof. Mijntje Lückerath van TIAS School for Busines and Society, prof. Muel Kaptein van de Erasmus Universiteit, prof. Barbara Bier van Nyenrode Business Universiteit en prof. Hans Van Ees van Rijksuniversiteit Groningen. Zij vormen samen tevens de redactie van het Jaarboek Corporate Governance [Link naar KG.04.12].

Lees meer

De visie van 25 CEO's op hun rvc, Mijntje Luckerath en Barbara Bier en Hans van Ees en Muel Kaptein (2014)

Relevante Artikelen