Governance

Vergroot het belang van het publieke belang

30 mei 2017

De laatste maanden wordt in de energiesector opnieuw een intensieve discussie gevoerd over de taakafbakening tussen netbeheerder, netwerkbedrijf en leverancier. Directe aanleiding daarvoor is het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie (Wet VET), dat beoogt door middel van een aantal aanpassingen in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet de netbeheerder en het netwerkbedrijf meer armslag te geven. De eigenlijke oorzaak van deze demarcatiestrijd is de grote omwenteling die plaatsvindt in de energiesector, aangeduid als energietransitie: de gelijktijdige defossielisering, decentralisering en digitalisering van de energievoorziening.

Wat in deze discussie enigszins op de achtergrond is geraakt, is de rol die met name de netbeheerder heeft met betrekking tot het waarborgen van de publieke belangen die gemoeid zijn met de energievoorziening. Netbeheer Nederland (de koepelorganisatie van de netbeheerders) schrijft op zijn website dat ‘de netbeheerders staan voor een betaalbaar, duurzaam en toegankelijk energienet’ en ook dat voor de ingrijpende investeringskeuzes die hiermee gepaard gaan ‘een breed maatschappelijk draagvlak nodig’ is. De wetgever heeft het waarborgen van publieke belangen vertaald in concrete taken en een aantal daarvan bij wet opgedragen aan de netbeheerder, zoals de verplichting om een verbruiker aan te sluiten op het elektriciteits- en gasnet of de verplichting om het elektriciteitsnet te verzwaren in geval van (dreigend) capaciteitstekort. 

Structureel evenwicht 

In zijn Energierapport 2008 zette de minister van Economische Zaken uiteen dat een duurzame energievoorziening vergt dat de drie publieke energiebelangen - betrouwbaar, betaalbaar en schoon - gelijktijdig worden gediend en wel op zo’n manier dat er tussen die belangen een structureel evenwicht bestaat. Van dat evenwicht is lang niet altijd (meer) sprake. Een belangrijke oorzaak daarvan is de energietransitie. Voor de aanleg van gasnetten of de verzwaring van elektriciteitsnetten bijvoorbeeld komen steeds meer alternatieven beschikbaar, die gunstiger zijn voor de betaalbaarheid van de energievoorziening, zonder de betrouwbaarheid ervan negatief te beïnvloeden. Te denken valt aan het vervangen van gasnetten door ‘all- electric’-oplossingen of een combinatie van elektriciteit en warmte en aan het introduceren van meer flexibiliteit in het elektriciteitsverbruik door het inzetten van opslag. Het zijn kostenefficiënte alternatieven, toch mag de netbeheerder op grond van de huidige Elektriciteitswet en Gaswet daar geen gebruik van maken. De onverkorte toepassing van de huidige wetgeving dwingt de netbeheerder tot het maken van keuzes waardoor de oorspronkelijke balans tussen bijvoorbeeld betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de energievoorziening verstoord raakt. Daarmee komt ook de rol van de netbeheerder en het publieke support voor zijn investeringskeuzes onder druk te staan. Om de publieke belangen die de netbeheerder behartigt weer meer met elkaar in evenwicht te brengen en om het maatschappelijk draagvlak voor de netbeheerder op de lange termijn te behouden, dient de wet te worden aangepast. 

Stelselmatige check 

Dat de wet door de energietransitie op achterstand is gezet is inmiddels onderkend. Er ligt in Den Haag  een aantal concrete (Wet VET) en meer algemene (Energieagenda 2016) voorstellen op tafel om de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet te herzien, waaronder het schrappen van verzwarings- en aansluitingsverplichtingen van de netbeheerder en het al dan niet tijdelijk of bij wijze van experiment verruimen van de taken van de netbeheerder. Wat in deze voorstellen echter ontbreekt, is de stelselmatige check op de mogelijke impact die een wetsaanpassing heeft op de behartiging van publieke belangen door de netbeheerder. Gaat de aanpassing bijdragen aan een betere behartiging van die belangen zonder dat de behartiging van het ene belang ten koste gaat van het andere? Met andere woorden, leidt de aanpassing tot een evenwichtiger balans tussen de verschillende publieke belangen? Wanneer deze vraag bij de aanpassing van de huidige wetgeving consequent wordt gesteld, kan het antwoord zowel richting geven aan de discussie over de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de netbeheerder en de andere deelnemers aan de energievoorziening, maar er tevens toe bijdragen dat de netbeheerder zijn rol kan vervullen op een wijze die recht doet aan het belang van alle publieke belangen waarvan de behartiging hem is toevertrouwd.

​Dit artikel is een bijdrage van gastschrijver Marga Edens, head of Group Corporate Responsibility bij RWE.

Word Master of Public and Non-Profit Management

De samenleving, het werkveld van publieke en non-profitorganisaties, verandert voortdurend. De overheid zoekt naar nieuwe vormen van sturing. Concurrentie en verzakelijking hebben definitief hun intrede gedaan. Burgers stellen hogere eisen. Dat vraagt van u als bestuurder of leidinggevende dat u het evenwicht moet zien te vinden tussen overheden, markten, netwerkpartners en burgers.

In de Master of Public Management & Non-Profit Management reiken we u hiervoor nieuwe kennis en nieuwe, concrete vaardigheden aan. U ontwikkelt een visie op de uitdagingen van uw organisatie vanuit meerdere invalshoeken. En u leert deze uitdagingen te beoordelen en aan te pakken vanuit de opgedane kennis.

MEER WETEN OVER DEZE MASTER

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.