Governance

Nadenken over toekomst onderwijs: een vorm van escapisme?

15 december 2015

Op dit moment wordt in de politiek, bij de overheid en in onderwijsinstellingen door ondernemers, activisten, ouders, maatschappijvernieuwers, opiniemakers en professionals een zoektocht naar het onderwijs van de toekomst ondernomen. Zo is de nationale brainstormsessie over de toekomst van het funderend onderwijs. In november 2014 schreef staatssecretaris Dekker aan de Kamer: ‘Als iemand tien jaar geleden zou hebben verteld dat hij apps ontwikkelt, zouden we hem waarschijnlijk vreemd hebben aangekeken. Nu is dat een heel gewoon beroep.’

Dit was het startschot voor een brede maatschappelijke dialoog over het onderwijs in de toekomst. Het Platform Onderwijs 2032 brengt hierover advies uit aan het kabinet. In een eerste hoofdlijnenadvies (september jl.) formuleert het platform twee uitgangspunten voor toekomstig onderwijs. Het eerste is dat de (informatie)technologische revolutie de samenleving ingrijpend, snel en structureel verandert en wel zodanig dat het onderwijs daar goed op moet voorbereiden. Het tweede uitgangspunt is dat persoonlijke ontwikkeling centraal moet staan in het onderwijs: onderwijs als persoonsvorming door ‘te ontdekken wie je bent, wat je belangrijk vindt en hoe je je verhoudt tot anderen’.  

Belangrijke elementen

In het hoofdlijnenadvies worden het aanleren van basiskennis en -vaardigheden, de verdiepingen verbreding daarvan en vakoverstijgend leren, denken en werken genoemd als belangrijke elementen van onderwijs, maar deze elementen worden wel overgoten met het sausje van persoonlijke ontwikkeling, doordat er steeds ‘op basis van eigen mogelijkheden en interesses’ bijstaat. Een ander voorbeeld van de nationale zoektocht naar het onderwijs van de toekomst zijn de plannen en ideeën voor nieuwe scholen in Amsterdam die (toekomstige) ouders, leraren en schoolleiders, ondernemers en andere betrokkenen hebben mogen lanceren. Onder de noemer Onze nieuwe school liet wethouder Kukenheim voorstellen doen. Na stemming via sociale media komen vijftien van de 124 ingediende plannen in aanmerking voor uitwerking.

Nadere analyse van deze vijftien plannen wijst het volgende uit. In de top-3 van plannen met meer dan 1000 stemmen, maar ook in de andere eerste tien plannen, vormt persoonlijke, individuele ontwikkeling het centrale uitgangspunt voor het onderwijs. In mindere mate, maar toch nog vrij prominent, staat ook ‘nauw aansluiten op de samenleving en vice versa’ voorop in de plannen. Beide voorbeelden laten zien dat de huidige zoektocht naar het onderwijs van de toekomst uitmondt in onderwijs geënt op de persoonlijke, individuele ontwikkeling van kinderen, uitgaand van hun behoeften en interesses, hierbij inspelend op en gebruikmakend van de informatietechnologische revolutie en, in mindere mate, de verbinding leggend met de wereld buiten de school.

Verrassend

Goedbeschouwd zijn dit eerder afspiegelingen van het huidige denken over onderwijs en de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, dan dat het toekomstbeelden zijn. Zo is de focus op persoonlijke ontwikkeling van kinderen en het uitgaan van hun behoeften kenmerkend voor de tijd waarin we nu leven en voor de afgelopen decennia. Het vindt zijn oorsprong met name in de traditionele vernieuwingspedagogiek uit het begin van de vorige eeuw. Daarnaast laat de preoccupatie met de informatietechnologische revolutie vooral zien dat kansen worden gezien om het individuele en persoonlijke verder te versterken, iets dat zich al een decennium uit in de ‘I-cultuur’. Daarnaast zegt het iets over hoe verrassend en nieuw ‘wij’ - vooral de veertigplussers- het vinden dat revoluties zich met behulp vanTwitter en WhatsApp voltrekken, dat organisaties veel van ons weten omdat ze data koppelen en dat we ons sociaal anders gedragen door smartphones en tablets; kortom, een beetje vergelijkbaar met hoe mensen aan het einde van de 19e eeuw verrast waren door de snelheid van treinen en beducht waren voor de gezondheid van het vee in de weiden waar de treinen ‘langs raasden’ met zo’n veertig kilometer per uur.

Zou de manier waarop wordt nagedacht over het onderwijs van de toekomst ook een vorm van escapisme zijn? In plaats van de weerbarstige en pijnlijke onderwijsvraagstukken van vandaag terhand nemen, dromen we liever over de toekomst. Want goed onderwijs realiseren in het hier en het nu is al moeilijk genoeg! Want lukt het ons het aantal leerlingen dat als functioneel analfabeet het onderwijsverlaat terug te dringen? Biedt ons onderwijs genoeg eerlijke kansen voor immigrantenkinderenvan de tweede en derde generatie? Mag of moet in school worden gesproken over beladen onderwerpen zoals homoseksualiteit, radicale islam, antisemitisme,enzovoorts? Hoe gaan we om met dorpen in krimpgebieden waar de laatste school verdwijnt? Welk antwoord hebben we voor ouders van ‘thuiszitters’ die tussen de talloze wallen en schepen van onderwijs, zorg en hulpverlening vallen?

Visie

Deze kleine greep uit hedendaagse uitdagingen voor het onderwijs illustreert ook hoe de huidige zoektocht naar het onderwijs van de toekomst zich te eenzijdig richt op het individuele en op hoe informatietechnologische ontwikkelingen die focus zouden kunnen versterken. Onderbelicht blijft een visie op de ontwikkeling van het collectieve en het gemeenschappelijke. Onderwijs vervult niet alleende functie van het ontwikkelen van het individuele, maar juist ook de functie van het tot ontwikkeling laten komen van de samenleving, van lokale en (inter)nationale gemeenschappen. Individuele en collectieve ontwikkeling zijn even belangrijke functies van onderwijs en dienen zich tot elkaar te verhouden. Met het oog op de huidige mondiale spanningen langs lijnen van religie en van opvattingen over democratie, gelijkwaardigheid van mensenen ‘westerse’ vrijheden, verdient het nadenken over hoe het onderwijs van de toekomst bijdraagt aan gemeenschapsvorming en samenleving meer dan ooit onze aandacht.

Het artikel is eerder gepubliceerd in De Nieuwe Meso, vakblad voor schoolleiders en –bestuurders.In de rubriek Bestuur van DNM beschouwen Sietske Waslander of Edith Hooge kwesties van onderwijsbestuur en -beleid. Beiden zijn als hoogleraren verbonden aan het GovernanceLAB van TIAS. 

 

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.