Governance

Extensivering is duur woord voor intellectuele armoede

6 maart 2017

Het aantal studenten in het hoger onderwijs is de laatste jaren flink toegenomen. Helemaal in lijn met de Lissabon-doelstelling volgt een steeds groter deel van een leeftijdscohort hoger onderwijs. De budgetten stegen, maar lang niet zoveel als het aantal studenten.

Aan de universiteiten stonden rond de eeuwwisseling ruim 160.000 studenten ingeschreven. Bij de meest recente tellingen was dat aantal gegroeid tot bijna 260.000. Een stijging van bijna 60%. In diezelfde tijd is de rijksbijdrage gedaald van ruim € 19.000 per student naar circa € 14.000 per student. Een daling van bijna 30%. Dat kan natuurlijk niet zonder gevolgen blijven. Universiteiten - en ook hogescholen - doen al jaren verschillende dingen om met minder geld meer studenten ‘te bedienen’. Ze extensiveren het onderwijs. 

Extensiveren is een duur woord voor massale colleges en weinig écht en direct contact tussen studenten en bekwame docenten. Als reactie kwam er een norm voor het aantal ‘contacturen’. Dat je daar zo’n woord en een getal voor nodig zegt eigenlijk al genoeg. Veel opleidingen halen die norm dankzij werkgroepen. Die werkgroepen staan onder begeleiding van welwillende maar vaak onervaren promovendi. Ook zetten opleidingen (tijdelijke) docenten in die zelf geen onderzoekstijd hebben. 

Adequate begeleiding

Een andere vorm van het extensiveren van het onderwijs, is studenten samen aan opdrachten laten werken. Het werken in groepjes wordt gelegitimeerd vanuit de idee dat het werken in teams de toekomst heeft. Met groepswerk is op zich helemaal niks mis en kunnen werken in een team is een belangrijke vaardigheid. Wie heeft niet de ervaring én de frustratie van groepjes en teams die niet functioneren? Het treurige is dat studenten wel de boodschap krijgen dat ze moeten leren samenwerken, maar vaak adequate begeleiding op dat punt ontberen. Als zo’n groepje niet naar behoren functioneert - wat natuurlijk regelmatig gebeurt - geven docenten al te vaak niet thuis. Die zijn te druk en/of zelf niet bij machte om adequaat te interveniëren. De vergoelijking ‘daar leren ze van’ is gemakzuchtig. Studenten leren vooral dat ze van docenten weinig te verwachten hebben en dat het loont om mee te liften op het werk van anderen. 

Met geld dat wordt uitgespaard met het studievoorschot, moet het hoger onderwijs weer ‘kleinschalig en intensief’ gaan worden. Omgerekend komt er geld voor 1.400 extra docenten aan universiteiten. Dat is één fulltime docent op 186 studenten. De lijn tussen belofte en bedrog is flinterdun. Ondertussen gaat de extensivering door. Het is een duur woord voor intellectuele armoede.  

Hoe maakt u onderwijsbestuur toekomstbestendig?

Sociale, technologische, demografische en economische ontwikkelingen in onze samenleving hebben grote impact op wat van het onderwijs word gevraagd. Met het exclusieve programma Toekomstbestendig Onderwijsbestuur ontwikkelt u zich tot een onderwijsbestuurder waarvan de kennis, houding en vaardigheden passen bij de opgaven waar uw onderwijsorganisatie voor staat.

LEES MEER OVER DIT PROGRAMMA

 

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.