Finance

Kwartaalrapporten terugdraaien? Er is een betere oplossing

31 maart 2016

Financiële kwartaalrapportages staan ter discussie, zowel in Nederland als in Europa. Ze zouden kortzichtigheid en een driemaandelijkse ‘rat race’ in de hand werken. Het terugdraaien van de kwartaalrapportage is niet de juiste oplossing, stellen dr. Philip Joos, als hoogleraar verbonden aan de TIAS Executive Master in Finance, en PhD onderzoeker Ties de Kok van Tilburg University.

De grootste Britse institutionele investeerders vroegen de FTSE100 bedrijven in maart 2016 om hun kwartaalrapportages stop te zetten. Het rapport van the Investment Association (deze vertegenwoordigt 5,5 triljoen pond kapitaal en is de lobbygroep van de institutionele investeerders in het Verenigd Koninkrijk) stelt een radicale eis aan ondernemingen om de productiviteit te verhogen door zich meer te focussen op lange-termijndoelstellingen.

In Nederland zijn financiële kwartaalrapportages recentelijk ook ter discussie gekomen na het besluit van minister Dijsselbloem om deze niet langer verplicht te stellen. Ook Dijsselbloem beargumenteert dat kwartaalrapportage kortzichtigheid in de hand werkt. Paul Polman van Unilever spreekt over de driemaandelijkse ‘rat race’ en stopte reeds in 2009 met het publiceren van deze tussentijdse rapporten.

Terugdraaien geen juiste oplossing

Wij stellen dat het terugdraaien van de kwartaalrapportage niet de juiste oplossing is. Het kwartaal als rapportageperiode is inderdaad problematisch, omdat het enerzijds niet lang genoeg is om direct langetermijndenken te stimuleren, en anderzijds niet kort genoeg om te voorkomen dat rapportagedeadlines zorgen voor korte-termijnoriëntatie. We zien daarom een betere oplossing in een rapportagemodel waarbij periodieke lange-termijnrapporten gecombineerd worden met real-time tussentijdse statusrapportage. We noemen dit de frequentie-paradox.

Kwartaalrapportage in de 21ste eeuw

Het wetenschappelijke bewijs en de publieke opinie omtrent kwartaalrapportage worden gekenmerkt door een combinatie van voor- en tegenargumenten. De diversiteit in deze argumenten illustreert de aanwezigheid van een groter onderliggend probleem. Door economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen is het huidige rapportageparadigma steeds verder uit de pas gaan lopen met de veranderende vraag naar informatie. De sleutel tot dit informatieprobleem ligt in het vinden van een houdbaar evenwicht tussen enerzijds de informatievragers en anderzijds de informatieverstrekkers.

Om grip te krijgen op de informatievraag van een hedendaagse belanghebbende, helpt het om te denken in een drietal aspecten:

  1. De informatie-inhoud (wat): Het moderne bedrijfsproces wordt in toenemende mate gekenmerkt door onze kenniseconomie. Daarin wordt waarde veelal gegenereerd door immateriële activa, zoals human capital en R&D. Deze worden slechts summier opgenomen in de traditionele financiële rapportages.
  2. Het medium (hoe): De opkomst van het digitale tijdperk en mobiele communicatietechnieken zorgen ervoor dat de hoeveelheid informatie en de manier waarop deze informatie gepresenteerd en geconsumeerd wordt, sterk aan het veranderen zijn. Deze economische en technologische ontwikkelingen worden bovendien vergezeld door een toenemende maatschappelijke aandacht voor verantwoord en duurzaam zakendoen.
  3. De tijdscomponent (wanneer): Investeerders verwachten steeds meer dat ze tijdige financiële en niet-financiële informatie in een hapklaar formaat tot zich kunnen nemen, ongeacht de locatie en het tijdstip. Dit laatste vormt vandaag één van de grootste uitdagingen voor de investor relations afdelingen van beursgenoteerde bedrijven.

Sleutel tot het informatievraagstuk

De mate waarin bedrijven voldoen aan deze veranderende vraag naar informatie is afhankelijk van twee factoren. De eerste factor is normatief en omvat het wettelijke kader voor informatieverschaffing richting investeerders. De tweede factor slaat op de vrijwillige bedrijfsrapportages waar een kosten-batenanalyse aan voorafgaat. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat een houdbaar rapportagemodel sterk afhankelijk is van deze beide factoren. Om deze reden is het terugschroeven van de rapportagefrequentie geen goede oplossing voor het grotere onderliggende probleem.

Investor relations afdelingen hebben bijvoorbeeld hun handen al vol om de verwachtingen van de markt in toom te houden tussen kwartaalrapporten. Een (half-)jaarlijks rapport zou dit alleen maar erger maken. Dat verklaart ook waarom het besluit van Unilever om geen financiële kwartaalrapporten te publiceren, sinds 2009 weinig navolging heeft gekend. Een echte voortgang valt te behalen door naast het wanneer, ook het hoe en wat van het onderliggende informatieprobleem aan te pakken.

Combinatie lange termijn en real-time

Het rapportagemodel dat wij voorstellen, combineert periodieke lange-termijnrapporten met real-time tussentijdse statusrapportage. Het jaarlijkse rapport bespreekt de lange-termijndoelstellingen van het bedrijf en geeft het kader op basis waarvan tussentijdse updates geïnterpreteerd kunnen worden. In de vorm van een website of dashboard wordt de status gepresenteerd van zogenoemde key performance indicators (KPI’s) gepresenteerd die nodig zijn om de lange-termijngezondheid van het bedrijf in te schatten.

Dit maakt het ook mogelijk om zowel financiële als niet-financiële KPI’s naast elkaar te rapporteren. De update-frequentie wordt voor ieder informatie-element apart vastgesteld, afhankelijk van de cyclus die relevant wordt geacht. Bijvoorbeeld: het aantal verkopen kan dagelijks worden geüpdatet terwijl het voor een KPI als medewerkerstevredenheid logischer is om deze wekelijks of maandelijks te updaten. Het conceptuele idee van continue rapportage overkomt de kortzichtigheid die veroorzaakt wordt door periodieke rapportagedeadlines en sluit bovendien beter aan op de veranderende informatievraag.

Noodzaak tot dialoog tussen wetenschap en praktijk

Het rapportagemodel dat we in dit artikel schetsen, biedt een vooruitstrevendere oplossing in het debat rondom kwartaalrapporten. Momenteel weten we nog weinig af van de consequenties die real-time rapportage kan hebben voor partijen zoals investeerders, bedrijven, accountants en wetgevers. Dit biedt daarom een ideale mogelijkheid voor wetenschappers om in dialoog te gaan met de vraag- en aanbodpartijen in de informatiemarkt.

Over de auteurs:
Dr. Philip Joos is hoogleraar accounting en maakt deel uit van het Finance LAB van TIAS. Ties de Kok is PhD onderzoeker bij departement Accountancy aan Tilburg University.  

Executive Master in Finance 

Wilt u solide strategiën kunnen formuleren die overeind blijven in het snel veranderende financiële landschap? Ontwikkel gedegen financiële kennis met de Executive Master in Finance van TIAS en zet de volgende stap in uw carrière als manager.

Lees meer over deze Master

Reageren
U kunt reageren op bovenstaand artikel. Reacties worden gemodereerd en na goedkeuring geplaatst.
Reacties
  1. Wim Maas | 4 september 2017
    Top. Real-time reporting is de toekomst. De pressure zal vanuit de vraagkant van de informatiemarkt moeten komen. Zodra het kwartje gevallen is aan de vraagkant zal public pressure de rest doen. Blockchain technology zorgt tegen dan dat de informatie gevalideerd is. De auditprofessie mag omscholen. Oh, toekomstmuziek!
    Relevante Artikelen
    • 25 apr
      Beleggers moeten zich baseren op degelijk onderzoek naar wat wel en niet werkt op de aandelenmarkten, stelt Alfred Slager.